ECLI:NL:CRVB:2010:BM8090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over starterstatus bij berekening WW-dagloon
Betrokkene was werkzaam bij meerdere werkgevers en kreeg een WW-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. De rechtbank had geoordeeld dat betrokkene als starter moest worden aangemerkt omdat zij in de eerste maand van het refertejaar geen loon uit de dienstbetrekking had ontvangen waaruit zij werkloos werd.
De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde vast dat het begrip starter/herintreder restrictief moet worden uitgelegd. Het gaat om werknemers die vanaf het begin van het refertejaar geen loon uit enige dienstbetrekking ontvingen. Het loon uit andere dienstbetrekkingen mag niet buiten beschouwing worden gelaten.
De Raad oordeelde dat de koppeling die de rechtbank maakte tussen artikel 6 en Pro artikel 9 van Pro het Besluit onjuist was. Artikel 9 regelt Pro de scheiding van dienstbetrekkingen voor WW-uitkeringen, maar beïnvloedt niet de uitleg van starter/herintreder.
Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.