Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 29 maart 2017 van de meervoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiser 1] en [naam eiser 2] , te [woonplaats eisers] , eisers,
gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Daarbij wordt aangetekend dat ten onrechte een korting van 7% is gehanteerd bij het berekenen van de normomzet, in plaats van de nullijn.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 3 maart 2015 en 24 maart 2015;
- herroept het primaire besluit van 19 augustus 2014;
- kent aan eisers een schadevergoeding toe van € 40.565,-, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2013;
- kent aan eisers een vergoeding toe van € 4.480,- wegens de kosten die zij in de aanvraagfase hebben gemaakt;
- kent aan eisers een vergoeding toe van € 2.537,50 wegens de kosten die zij in de bezwaarfase hebben gemaakt;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- draagt GS op de betaalde griffierechten, tot een bedrag van in totaal € 334,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt GS tot vergoeding van de door eisers in beroep gemaakte proceskosten, tot een bedrag van € 2.785,-.