Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende importeerde een voertuig en betaalde BPM bij registratie in Nederland. Na export van het voertuig vroeg belanghebbende teruggaaf van BPM aan, welke door de inspecteur werd toegekend. De discussie betrof de hoogte van de belastingrente over deze teruggaaf.
Belanghebbende stelde aanspraak te maken op rente over het volledige teruggaafbedrag, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad over terugbetaling van onrechtmatig geheven belastingen volgens Unierecht. De rechtbank stelde vast dat de teruggaaf hier niet het gevolg was van een in strijd met Unierecht geheven belasting, maar van een latere export van het voertuig.
De rechtbank overwoog dat bij registratie niet vaststond dat het voertuig tijdelijk in Nederland zou verblijven en dat belanghebbende geen verzoek deed om tijdsevenredige heffing. Hierdoor verschilde deze situatie wezenlijk van een artikel 14b BPM-geval. De rechtbank verwierp het verzoek tot volledige rentevergoeding en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de beschikking belastingrente wordt ongegrond verklaard.