Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren wegens alcoholmisbruik, gebaseerd op een psychiatrisch rapport met vier bevindingen. Hij stelde dat het rapport gebreken vertoonde en overlegde een contra-expertise. De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR zich terecht op het psychiatrisch rapport heeft gebaseerd, ondanks dat de contra-expertise tot een andere conclusie kwam, omdat deze was gebaseerd op een andere anamnese.
De feiten betroffen een aanhouding op 23 oktober 2016 met een ademalcoholgehalte van 1,806‰, waarna het CBR een onderzoek instelde en tot ongeldigverklaring overging. De voorzieningenrechter stelde vast dat het alcoholpromillage en de verklaringen van verzoeker niet overeenkwamen, wat duidt op alcoholmisbruik. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder woog dan het nadeel voor verzoeker.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af, omdat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal houden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.