ECLI:NL:RVS:2017:841
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik na herhaalde DUI
Appellant is op 14 maart 2014 aangehouden voor rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 390 μg/l, nadat hij eerder in 2011 ook was aangehouden met 560 μg/l. Het CBR legde een onderzoek op naar zijn rijgeschiktheid, waarbij artsen en een psychiater concludeerden dat sprake was van alcoholmisbruik in ruime zin, ondanks het ontbreken van alcoholafhankelijkheid volgens DSM-IV-TR.
Op basis van deze rapportage verklaarde het CBR het rijbewijs van appellant ongeldig vanaf 18 februari 2015. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het medisch verslag en de niet-medische gegevens als voldoende onderbouwing achtte.
Appellant stelde in hoger beroep dat de conclusie van alcoholmisbruik niet gerechtvaardigd was, onder meer omdat zijn bloedwaarden binnen normaalwaarden vielen en er geen directe aanwijzingen waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin terecht was gesteld, gelet op het binge-drinking patroon, eerdere aanhouding, en verhoogde bloeddruk.
De Raad van State verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.