Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, opgericht in 1996, leed verliezen in de jaren 1996 tot en met 1999 en 2002 die tot 2013 niet waren verrekend. Over 2013 diende zij een aangifte in met een negatief belastbaar bedrag, maar na correctie werd dit positief vastgesteld. Op het aanslagbiljet werd een mededeling gegeven over het totaal van nog verrekenbare verliezen, maar deze mededeling werd niet als een voor bezwaar vatbare beschikking aangemerkt.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en verzocht om verrekening van de oude verliezen met de winst van 2013. De inspecteur wees dit bezwaar af en de rechtbank bevestigt deze afwijzing. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 20 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verliezen slechts binnen negen jaar na het jaar van verlies kunnen worden verrekend, en dat de verliezen van belanghebbende te oud zijn.
Verder oordeelt de rechtbank dat de mededeling op het aanslagbiljet over het totaal van verrekenbare verliezen geen voor bezwaar vatbare beschikking is, zodat hieraan geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht vanwege onduidelijkheid in de rechtsmiddelenverwijzing in de uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.