Eiser, werkzaam als 3D-tekenaar, ontving een WIA-uitkering die door het UWV werd herzien na ontdekking van een hennepkwekerij in zijn woning. Het UWV stelde vast dat eiser inkomsten uit deze kwekerij had genoten zonder dit te melden, waarmee hij zijn inlichtingenplicht schond. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de uitkering heeft herzien en het teveel betaalde bedrag heeft teruggevorderd.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van het binnentreden en het gebruik van de verkregen bewijsmiddelen. De rechtbank stelde echter vast dat eiser vrijwillig toestemming had gegeven voor het binnentreden en dat de bestuursrechtelijke normen voor bewijsgebruik niet waren geschonden. De rechtbank verwierp het betoog dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
Ten aanzien van de opgelegde boete stelde de rechtbank vast dat door wetswijzigingen per 1 januari 2017 een lichter sanctieregime geldt, dat ook retroactief wordt toegepast. Hierdoor werd de boete verlaagd van € 3.820,- naar € 3.817,33. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boete betreft, stelde de boete lager vast en herroept het primaire besluit II. Het betaalde griffierecht werd aan eiser vergoed.