ECLI:NL:CRVB:2012:BV1783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks verschillende inschrijvingen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het College teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar ex-partner, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven. Het onderzoek van de sociale recherche, inclusief verklaringen van appellante, haar ex-partner en getuigen, vormde de basis voor het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het gebruik van informatie uit het strafrechtelijk onderzoek niet ontoelaatbaar was, ook al was niet altijd een raadsman aanwezig bij verhoren. De verklaringen van appellante en haar ex-partner werden als betrouwbaar beschouwd en de Raad verwierp het beroep op het EVRM artikel 6, derde lid.
De Raad stelde dat het feit dat appellante en haar ex-partner op verschillende adressen stonden ingeschreven niet uitsloot dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Er was voldoende bewijs dat zij feitelijk samenwoonden. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.