ECLI:NL:RBZWB:2017:3904
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verdeling paard ondanks dwaling en oneerlijke handelspraktijken
In deze civiele zaak vordert eiseres in conventie de verdeling van het paard genaamd [naam 1], waarbij zij toewijzing van het gehele paard aan haar wenst. Zij stelt dat haar rechtsvoorgangster heeft gedwaald over de waarde van het paard en beroept zich op dwaling, oneerlijke handelspraktijken en schadevergoeding. De wederpartij betwist de rechtmatigheid van de cessie en voert aan dat er geen grond is voor verdeling.
De kantonrechter overweegt dat er een vaststellingsovereenkomst bestaat waarin partijen elk een 50% aandeel in het paard hebben en afspraken zijn gemaakt over het gebruik en verkoop. Dit duidt op overeenstemming over de verdeling. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot verdeling daarom niet kan worden toegewezen. Daarnaast zijn de beroepen op dwaling, oneerlijke handelspraktijken en non-conformiteit reeds verworpen in het eerdere vonnis.
Verder wordt een verzoek tot aanvulling van het eerdere vonnis gehonoreerd omdat de rechter per abuis niet op de subsidiaire vordering inzake het paard heeft beslist. Het vonnis wordt aangevuld met de afwijzing van deze vordering, zonder het eerdere vonnis in te trekken. De zaak wordt hiermee definitief gesloten.
Uitkomst: De vordering tot verdeling van het paard wordt afgewezen vanwege bestaande overeenstemming en verworpen beroepen op dwaling en oneerlijke handelspraktijken.