ECLI:NL:RBZWB:2017:3913
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag na zedendelict met afhankelijkheidsrelatie
Eiser vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor een pastorale functie waarbij hij met minderjarigen werkt. De staatssecretaris weigerde de VOG vanwege een eerdere veroordeling voor poging tot afpersing, bedreiging en bezit van kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank bevestigt dat het objectieve criterium voor weigering is voldaan, omdat herhaling van het zedendelict een risico vormt voor de veiligheid van minderjarigen in een afhankelijkheidsrelatie met eiser.
Eiser voerde aan dat het delict een hands-off delict was, dat hij onder medicatie handelde en dat het recidiverisico laag is. De rechtbank oordeelt dat de strafrechter het bezit van kinderporno niet licht heeft opgevat en dat deskundigen het recidiverisico niet uitsloten. Het rapport van een forensisch psycholoog weegt onvoldoende op tegen eerdere deskundigenrapporten.
De rechtbank stelt dat het belang van de samenleving en kwetsbare personen zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser, die zonder VOG zijn opleiding niet kan afronden. De weigering is niet evident disproportioneel. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de VOG vanwege het risico dat herhaling van het zedendelict de uitoefening van de functie belemmert.