ECLI:NL:RVS:2016:212
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- G.T.J.M. Jurgens
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag na zedendelict en recidive
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) in verband met werkzaamheden als conciërge op een middelbare school. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van eerdere veroordelingen, waaronder een zedendelict uit 2002. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verscherpte toetsingskader van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2013 van toepassing is bij zedendelicten, waarbij geen terugkijktermijn geldt. De strafrechtelijke veroordelingen van appellant, waaronder een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens een zedendelict, en recidive in latere jaren, vormen een objectieve grond voor weigering van de VOG.
Appellant voerde aan dat de opgelegde straf geen indicatie vormt voor de ernst van het zedendelict en dat zijn gedrag sinds het vonnis positief is, maar dit werd verworpen. Ook het betoog dat het zedendelict zonder geweld en met instemming van het slachtoffer zou zijn gepleegd, leidde niet tot een ander oordeel. De Afdeling concludeert dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat weigering van de VOG niet evident disproportioneel is.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege het zedendelict en recidive.