Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de beschikking van 14 augustus 2014 van de kantonrechter in [plaatsnaam] op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind en een mentorschap, waarbij verzoeker en zijn zuster [zus verzoeker] samen zijn benoemd tot mentor over hun moeder;
- de brief van 5 juni 2017 van [zus verzoeker] aan de kantonrechter in [plaatsnaam] met het verzoek om het gedeelde mentorschap te heroverwegen;
- de brief van 2 juli 2017 van [zus verzoeker] aan de kantonrechter in [plaatsnaam] met het verzoek om toekenning van het mentorschap aan haar en een externe mentor;
- de brief van 11 juli 2017 van [zus van verzoeker 2] aan de kantonrechter in [plaatsnaam] met het verzoek om verzoeker het medementorschap te ontnemen en hun zuster [zus verzoeker] als enig mentor te benoemen, eventueel met een externe mentor;
- de uitnodigingen van het kantongerecht in [plaatsnaam] aan onder meer verzoeker voor een mondelinge behandeling van voornoemde verzoeken op de zitting van woensdag 19 juli 2017 door kantonrechter [gewraakte kantonrechter] ;
- de brief d.d. 12 juli 2017 van verzoeker aan de wrakingskamer, waarin hij verzoekt om wraking van onder meer de behandelend kantonrechter.