Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een betalingstermijn tot 27 maart 2015. Hoewel belanghebbende bezwaar maakte tegen de aanslag en verzocht om uitstel van betaling, werd de betalingstermijn overschreden. De ontvanger bracht daarom invorderingsrente in rekening.
Belanghebbende betoogde dat de invorderingsrente onterecht was, omdat het uitstel van betaling en de lange bezwaarprocedure de rente niet zouden moeten veroorzaken. De rechtbank oordeelde echter dat uitstel van betaling, behoudens bijzondere gevallen, niet afdoet aan de wettelijke verplichting tot betaling van invorderingsrente bij overschrijding van de termijn.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende bewust had gekozen voor uitstel en niet voor tijdige betaling, waardoor de invorderingsrente terecht werd berekend. De berekening van de rente was correct volgens de Invorderingswet 1990. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de invorderingsrente is terecht berekend.