Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 21 september 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [vestigingsplaats eiser] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Ontvankelijkheid / belanghebbendheid
De vereniging heeft tot doel om in het belang van de mens, flora en fauna het juiste beheer te bevorderen van milieu, natuur en landschap in het bijzonder in de provincie Zeeland; dit alles in de meest ruime zin.” In artikel 3 staat Pro vervolgens: “
De vereniging tracht haar doel langs wettige weg te bereiken door alle geoorloofde middelen die voor het doel van de vereniging bevorderlijk kunnen zijn.” De rechtbank overweegt dat de bouw van de stal invloed kan hebben op landschappelijke waarden, waarden die de [naam eiser] expliciet beschermt in haar statuten. Daarnaast ligt de rechtsvraag voor of er sprake is van grondgebonden bedrijf, zoals het college stelt, of van intensieve veehouderij zoals de [naam eiser] stelt. Deze vraag raakt aan milieu- en natuurwaarden, welke waarden de [naam eiser] blijkens haar statuten eveneens wenst te bevorderen. De rechtbank overweegt verder dat de in de statuten genoemde belangen territoriaal zijn begrensd. Dat de doelstelling onvoldoende onderscheidend is en te algemeen in relatie tot de belangen waarvoor de [naam eiser] opkomt, volgt de rechtbank niet. De [naam eiser] tracht deze belangen middels diverse feitelijke werkzaamheden te bereiken. De rechtbank is gezien de doelstelling en de feitelijke werkzaamheden van oordeel dat de [naam eiser] door het bestreden besluit rechtstreeks wordt getroffen in een belang dat zij in het bijzonder behartigt. Gelet hierop kan de [naam eiser] worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb. Dit oordeel sluit aan bij een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, waarin de [naam eiser] als belanghebbende is aangemerkt. Het beroep van de [naam eiser] is dus ontvankelijk.
Relativiteit
Wettelijk kader
Bestemmingsplan
Beoordelingskader
Beoordeling strijd met het bestemmingsplan
Griffierecht en proceskosten
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 334,- aan de [naam eiser] te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van de [naam eiser] tot een bedrag van € 1.237,50.