ECLI:NL:RVS:2014:517
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening ontwerpbedrijfsduurverlenging kerncentrale Borssele en toetsing milieueffectrapportage
Bij besluit van 18 maart 2013 verleende de minister van Economische Zaken een vergunning aan EPZ voor de ontwerpbedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele van 40 naar 60 jaar. Diverse milieuorganisaties en belanghebbenden stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil, waarbij ontvankelijkheid van enkele appellanten werd betwist en diverse inhoudelijke beroepsgronden werden aangevoerd.
De Afdeling oordeelde dat enkele appellanten, waaronder Stichting Laka en Stichting Noordelijke Ondergrond Afvalvrij, niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt en verklaarde hun beroep niet-ontvankelijk. De overige beroepen waren ontvankelijk, maar werden inhoudelijk ongegrond verklaard. De Raad stelde dat de aangevraagde wijzigingen geen feitelijke wijziging van de inrichting vormden en dat daarom geen milieueffectrapportage (m.e.r.-beoordeling) verplicht was. Ook werd geoordeeld dat de minister de vergunning zorgvuldig had voorbereid, dat de veiligheidsmarges voldoende waren en dat de minister zich niet had laten leiden door vooringenomenheid.
Verder werd overwogen dat de minister de nieuwe inzichten na de kernramp in Fukushima had betrokken voor zover relevant, en dat de rechtvaardigingstoets adequaat was uitgevoerd. De minister had de vergunningvoorschriften passend verbonden en de risicoanalyse voldoende beoordeeld. De Afdeling concludeerde dat de minister in redelijkheid tot vergunningverlening had kunnen besluiten en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor de ontwerpbedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele zijn deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.