Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De inspecteur heeft informatiebeschikkingen opgelegd aan twee belanghebbenden wegens het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht zoals bedoeld in artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor de jaren 2010 tot en met 2013. De belanghebbenden voerden beroep aan tegen deze beschikkingen, stellende dat de administraties wel degelijk voldeden aan de wettelijke eisen.
De rechtbank oordeelt dat de administraties van de belanghebbenden niet voldoen aan de eisen van inzichtelijkheid en controleerbaarheid. Dit blijkt onder meer uit gebrekkige kasregistraties, onvoldoende gescheiden administraties, het ontbreken van urenregistraties van tijdelijke krachten en vrijwilligers, en onvolledige documentatie van consumptiemunten en entreekaarten. De aard en omvang van de ondernemingen rechtvaardigen hogere eisen aan de administratie.
De rechtbank stelt vast dat het doel van de administratieplicht is dat de inspecteur binnen een redelijke termijn controle kan uitvoeren, niet dat de administratie alleen voor de belanghebbenden zelf inzichtelijk is. Gezien de tekortkomingen acht de rechtbank de informatiebeschikkingen terecht opgelegd en verklaart de beroepen ongegrond. Een nieuwe termijn om aan de verplichtingen te voldoen wordt niet gesteld, aangezien belanghebbenden hiertegen geen bezwaar maakten.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en op 24 januari 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de informatiebeschikkingen worden ongegrond verklaard omdat de administraties niet voldoen aan de eisen van inzichtelijkheid en controleerbaarheid.