Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 24 november 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser1], te [vestigingsplaats1] ,
[eiser2], te [vestigingsplaats2] ,
Procesverloop
Overwegingen
[…],
Beslissing
- verklaart het beroep van eisers sub 1 ongegrond;
- verklaart het beroep van eiseres sub 2 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daaraan het onder rechtsoverweging 6 nader omschreven ‘voorschrift 2’ is verbonden;
- bepaalt dat dit voorschrift wordt geschrapt;
- bepaalt dat het bestreden besluit voor het overige in stand blijft;
- draagt het college op het door eiseres sub 2 betaalde griffierecht van € 333,= te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres sub 2 tot een bedrag van € 990,=.