ECLI:NL:RVS:2018:1878
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor mestbewerkingsinstallatie ondanks geschil over bevoegd gezag en ontheffing verordening
Het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk verleende op 31 januari 2017 een omgevingsvergunning voor het oprichten van een mestbewerkingsinstallatie te Moergestel. Zowel [appellant sub 1] als Stichting Behoud Leefbaarheid Molenakkers betwistten dit besluit en stelden dat het college niet bevoegd was en dat de verleende ontheffing van de provinciale verordening onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant sub 1] ongegrond en dat van de stichting gegrond voor zover een voorschrift werd geschrapt. Beide partijen gingen in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd gezag was omdat de inrichting niet kwalificeerde als een IPPC-installatie, en dat de mest als afvalstof werd aangemerkt maar de toegepaste bewerkingen niet onder de IPPC-categorieën vielen.
Verder werd geoordeeld dat de ontheffing van de provinciale verordening terecht was verleend, omdat de aanvraag voor 27 november 2015 was ingediend en aan de voorwaarden van artikel 36.7 van de verordening was voldaan. Ook de bezwaren over verkeersveiligheid en geluidsoverlast werden verworpen omdat het college voldoende maatregelen had getroffen en onderzoek had laten uitvoeren.
De Raad van State bevestigde daarmee het bestreden vonnis en verklaarde de hoger beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.