Verzoeker, een hobbyveehouder met rundvee, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Goirle vier lasten onder dwangsom opgelegd wegens vermeende overtredingen van het bestemmingsplan en milieuregels. Het college stelde dat het houden van meer dan 10 runderen strijdig was met de woonbestemming en dat ook de opslag van mest, verharding en voederbak verwijderd moesten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bevoegd was om de last op te leggen om de veestapel terug te brengen tot maximaal 10 runderen, omdat meer dieren een inrichting vormen die niet past binnen de woonbestemming en de geldende verordeningen. De termijn van 21 weken hiervoor werd als redelijk beschouwd.
Voor de last met betrekking tot de mestopslag stelde de rechter vast dat verzoeker hieraan inmiddels had voldaan en dat het college onvoldoende had onderbouwd dat de opslag op zichzelf een inrichting vormde. Daarom kon deze last niet standhouden. Ook de last tot het verwijderen van de voederruif werd vernietigd omdat deze niet als een gebouw werd beschouwd en de planregels geen verbod op bouwwerken bevatten.
De dwangsommen voor deze twee laatste lasten werden geschorst tot het college een nieuw besluit neemt. Verzoeker kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. Het college werd opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.