ECLI:NL:RVS:2003:AF4700
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.E.M. Polak
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavend optreden tegen illegale opslag en bouwwerken op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Dirksland heeft appellant gelast om magazijnwagens, een container, een stacaravan en diverse bouwmaterialen van zijn perceel te verwijderen omdat deze zonder bouwvergunning zijn geplaatst en de opslag strijdig is met het bestemmingsplan “Landelijk Gebied” met de bestemming “Agrarische Doeleinden”. Appellant maakte bezwaar tegen dit handhavingsbesluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de objecten niet vergunningplichtig zouden zijn omdat ze mobiel zijn en dat de objecten ten tijde van de beslissing op bezwaar niet meer aanwezig waren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de magazijnwagens, container en stacaravan wel als bouwwerken moeten worden aangemerkt en dat het plaatsgebonden karakter voldoende is voor vergunningplicht. Ook was vastgesteld dat de objecten na het primaire besluit nog regelmatig aanwezig waren.
Verder werd geoordeeld dat de opslag van bouwmaterialen en andere materialen als strijdig gebruik met het bestemmingsplan moet worden aangemerkt en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat onvoldoende kenbaar was waarop de last betrekking had en oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die het college zouden verplichten af te zien van handhaving.
De uitspraak van de rechtbank werd met verbetering van de gronden bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het college tegen de illegale bouwwerken en opslag bevestigd.