Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 15 december 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] ,
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, als rechtsopvolger van
Procesverloop
Overwegingen
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat de wijziging per 1 april 2015 van het ARAR, door de vervanging van artikel 97 door Pro andere bepalingen, alsmede de Overgangsregeling SBF 55, ten aanzien van eiser buiten toepassing worden gelaten;
- bepaalt dat eiser de aanspraken behoudt die hij had op grond van het bepaalde in artikel 97 van Pro het ARAR zoals uitgewerkt in de Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.227,50.