Uitspraak
18.538 AW, 18/2756 AW
15 december 2017, 16/3781 (aangevallen uitspraak 2)
OVERWEGINGEN
1.5. Die overgangsmaatregel is tot stand gekomen bij het ‘Onderhandelaarsakkoord overgangsregeling SBF 55’, gepubliceerd op 17 november 2015 (Stcrt 2015, 37200), met een terugwerkende kracht tot en met 1 april 2015 (Overgangsregeling SBF 55). Met toepassing van deze overgangsregeling heeft de minister bij besluit van 19 november 2015 (besluit 1) ten aanzien van betrokkene vastgesteld dat, nu betrokkene per 1 april 2015 een diensttijd in een SB-functie heeft van twee jaar en negen maanden, hem een eenmalige compensatie van
€ 5.000,- bruto wordt toegekend
C-45/09, punt 69.
SB-dienstjaren kan niet worden bereikt op een minder bezwaarlijke wijze. Van een excessieve inbreuk op de belangen van betrokkene is geen sprake, omdat betrokkene de mogelijkheid heeft om de verwerving van zijn inkomen te continueren tot aan de voor hem geldende
AOW-leeftijd, eerder kan uittreden onder toepassing van de nieuwe Regeling en aanspraak heeft op toekenning van de eenmalige compensatie van de overgangsregeling. Daar komt bij dat betrokkene ruim vijf jaar de gelegenheid heeft gehad om zich in financieel opzicht in te stellen op de wijziging, nu hij op de peildatum nog ruim vijf jaar had moeten werken alvorens aanspraak te kunnen maken op de vervroegde uittreding onder de oude Regeling.
voor zover vereistdient u dit bezwaarschrift dan ook tevens als verzoek te beschouwen om in aanmerking te worden gebracht voor toepassing van de hardheidsclausule”. Betrokkene heeft zijn standpunt over de toepassing van de hardheidsclausule tijdens de hoorzitting in bezwaar naar voren gebracht. Ook de minister heeft op de hoorzitting zijn standpunt naar voren gebracht en verder meegedeeld dat het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule bij het nog te nemen besluit zal worden afgewezen gezien de overeenstemming met de vakcentrales, het zorgvuldig doorlopen traject en het feit dat als aan het verzoek zou worden tegemoetgekomen er weer een andere medewerker is die net buiten de boot valt. Nu betrokkene daarop heeft kunnen reageren is sprake geweest van hoor en wederhoor. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat onder deze omstandigheden besluit 1 een (impliciete) weigering tot toepassing van de hardheidsclausule behelst. Immers, de hardheidsclausule maakt onderdeel uit van de Overgangsregeling SBF 55 en besluit 1 betreft nu juist de toepassing van die overgangsregeling. Het was op geen enkele manier “vereist” als bedoeld door betrokkene zelf, om daarop apart bij primair besluit te beslissen. Dat betrokkene ervoor heeft gekozen om op 26 mei 2016 (apart) bezwaar te maken tegen besluit 2 maakt dit niet anders.