ECLI:NL:RBZWB:2017:8382
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording zorgbesteding
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor om zijn persoonsgebonden budget (pgb) over 2013 en 2014 op nihil vast te stellen en de teveel betaalde bedragen terug te vorderen. De rechtbank hield op 30 november 2017 een zitting waarin eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld door zijn vader, zijn standpunten toelichtte. Het Zorgkantoor stelde dat onvoldoende kon worden vastgesteld of de geleverde zorg AWBZ-zorg betrof en wat de omvang van die zorg was.
De rechtbank overwoog dat eiser geen deugdelijke verantwoording had afgelegd over de besteding van het pgb. De stukken waren onvoldoende concreet en de administratie liet niet zien hoeveel zorg daadwerkelijk was verleend. Daarnaast was de zorg vooruitbetaald, terwijl volgens de regeling declaraties achteraf moeten plaatsvinden. Eiser kon niet aantonen dat het Zorgkantoor onredelijk had gehandeld, ook niet gelet op zijn psychische gesteldheid en het beheer door derden.
De rechtbank wees ook het beroep af dat eiser mocht vertrouwen op eerdere voorlopige goedkeuringen van zijn verantwoordingen. Verder oordeelde zij dat het Zorgkantoor terecht de terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen had ingesteld. Het verzoek om vrij te besteden bedragen in mindering te brengen op de terugvordering werd eveneens afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb over 2013 en 2014 wordt terecht op nihil vastgesteld met terugvordering van teveel betaalde bedragen.