Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een BV die een orthodontistenpraktijk exploiteert, betwistte naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2013-2015. De aanslagen zijn opgelegd omdat de 30%-regeling voor haar werknemer [A] per 1 april 2013 werd beëindigd wegens het niet voldoen aan de gewijzigde criteria, waaronder de afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens.
De rechtbank stelt vast dat de wijziging van de 30%-regeling, ingevoerd per 1 januari 2012, een tussentijdse toets vereist waarbij de 150-kilometergrens geldt. Belanghebbende voerde aan dat deze wijziging in strijd is met het eigendomsrecht (artikel 1 EP Pro EVRM) en dat zij gerechtvaardigde verwachtingen had op basis van de oorspronkelijke beschikking uit 2008.
De rechtbank oordeelt dat de wetswijziging geen ontneming van eigendom inhoudt, maar een regulering van eigendom die voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, legitiem doel en evenredigheid. De invoering van de 150-kilometergrens is een redelijke maatregel om onevenwichtigheden te voorkomen. Bovendien bevatte de oorspronkelijke beschikking een expliciet voorbehoud voor wetswijzigingen, waardoor geen schending van rechtszekerheid is aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslagen en belastingrente terecht zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen wordt ongegrond verklaard.