Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 29 maart 2018 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
2. [naam verzoeker2] ,
3. [naam verzoeker3] ,
4. [naam verzoeker4] .,
5. [naam verzoeker5] ,
6. [naam verzoeker6] ,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
Verzoeken om voorlopige voorziening
Spoedeisend belang
Belanghebbenden
Kortsluiting
Wettelijk kader
Bestemmingsplan
De beoordeling van het geschil
Parkeren
Water
Niet in de omgevingsvergunning begrepen ontsluitingsweg en parkeerplaatsen
Conclusie
Proceskosten
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
- draagt het college op het betaalde griffierecht in beroep van € 676,- (2 x € 338,-) aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.002,-.