ECLI:NL:RBZWB:2018:2904
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording AWBZ-zorg
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor om haar persoonsgebonden budget (pgb) over 2014 op nihil vast te stellen en de teveel betaalde voorschotten van €45.819,61 terug te vorderen. Zij stelde dat zij voldoende had aangetoond dat het pgb was besteed aan AWBZ-zorg en dat het Zorgkantoor onvoldoende belangenafweging had gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar zorgverleners onvoldoende concreet hadden gemaakt welke zorg was verleend en dat de zorgplannen te algemeen waren. Daarnaast was niet inzichtelijk of de zorg daadwerkelijk AWBZ-zorg betrof, mede omdat sommige activiteiten als vrijetijdsbesteding kwalificeerden. Ook was gebleken dat betalingen vooraf werden gedaan, wat niet is toegestaan, en dat de administratie onvolledig was.
Het Zorgkantoor had daarom terecht het pgb op nihil vastgesteld en de voorschotten teruggevorderd. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet mocht vertrouwen op eerdere voorlopige goedkeuringen na globale controles en dat het Zorgkantoor een redelijke belangenafweging had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het pgb wordt terecht op nihil vastgesteld met terugvordering van de teveel betaalde voorschotten.