Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
0 Leeswijzer
1.Feiten
2.Ontvankelijkheid
Ondergetekende [vertegenwoordiger3] , hierbij optredend als voorzitter van [eiser17] en deze vereniging wettelijk vertegenwoordigend, stelt beroep in (…).”Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat enkel namens de buurtvereniging beroep is ingesteld. In de tekst van het beroepschrift wordt verder wel gesproken over het gegeven dat de heer [vertegenwoordiger3] een persoonlijke zienswijze naar voren heeft gebracht. Hieruit valt evenwel niet af te leiden dat hij daarmee heeft beoogd om ook op persoonlijke titel beroep in te stellen. Nu dit expliciet, noch impliciet voor de rechtbank duidelijk was, ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat ook namens de heer [vertegenwoordiger3] beroep is ingesteld. In de aanhef van deze uitspraak is daarom alleen de buurtvereniging genoemd als eiseres 6.
3.Bestreden besluit I (fase 1 vergunning)
- Uit het aangepast geurrapport dient te blijken dat aan de richtwaarde van de Provinciale beleidsregel industriële geur Noord-Brabant (april 2016) wordt voldaan;
- De aanbevelingen van de GGD dienen te worden opgevolgd (heldere communicatie
4.Bestreden besluit II (fase II-vergunning)
5.Conclusie
- verklaart de beroepen van [eiser14] , [eiser11] en [eiser12] niet-ontvankelijk;
- verklaart de overige beroepen ongegrond.