Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
de stukken uit het bezwaardossier’. Belanghebbende heeft hierop gereageerd bij brief van 28 juni 2017. Nadat partijen zijn uitgenodigd voor het onderzoek ter zitting, heeft de inspecteur een stuk met de titel ‘Aanvullende gronden van verweer’ ingediend. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 9 mei 2018.
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
, bestemd is voor sloop of wacht op keuring.’
dat door eerst het herstellen van de essentiële gebreken, de juist vergelijking kan worden gemaakt.” Na herstel kan de auto immers pas worden vergeleken met de beschikbare referentie-auto. Een en ander past ook bij de opzet van de Bpm, namelijk aansluiting bij de toelating tot het Nederlandse wegennet: zolang een auto een WOK-status heeft, mag de auto niet worden toegelaten tot het Nederlandse wegennet.
wanneerde in dat artikel bedoelde vermindering wordt vastgesteld (namelijk pas ‘nadat [de essentiële] gebreken zijn hersteld’) en dat het artikel niet ziet op
de omvangvan de vermindering. Deze uitleg lijkt echter niet voor de hand te liggen gelet op de in 4.7 vermelde passage en de achtergrond van deze bepaling (zie het Besluit van 10 april 2006, CPP2006/788M).
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat teruggave wordt verleend voor het verschil tussen het op aangifte voldane bedrag en het verschuldigde bedrag aan Bpm van € 354;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: