Verzoekster, eigenaresse van een seksinrichting, maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om de inrichting voor drie maanden te sluiten vanwege vermeend slecht levensgedrag van de exploitant en beheerder en belangen van de openbare orde en veiligheid. De burgemeester baseerde het besluit op incidenten uit heden en verleden, waaronder agressief gedrag en bedreigingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er op dit moment sprake is van slecht levensgedrag. Oude feiten uit 2010 en 2012, die eerder geen aanleiding waren tot intrekking van de vergunning, konden niet zonder meer worden betrokken. Ook de recente incidenten waren onvoldoende concreet en niet duidelijk aan verzoekster toe te rekenen.
Daarnaast was onvoldoende bewezen dat de openbare orde en veiligheid van omwonenden daadwerkelijk in gevaar waren gebracht door het gedrag van bezoekers of medewerkers van de inrichting. De burgemeester kon niet overtuigend aantonen dat de tijdelijke sluiting een passende maatregel was.
Gelet op deze onzekerheden en belangenafweging werd het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster.