ECLI:NL:RVS:2018:2456
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning coffeeshop wegens slecht levensgedrag exploitant
De burgemeester van Amsterdam weigerde op 28 april 2017 de verlenging van de exploitatievergunning voor een alcoholvrij horecabedrijf en coffeeshop vanwege slecht levensgedrag van de exploitant, gebaseerd op meerdere onherroepelijke veroordelingen en mutaties uit politieregisters. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit wegens onvoldoende motivering, waarna de burgemeester een nieuw besluit nam met een uitgebreidere motivering en het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde vervolgens het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Het hoger beroep van de exploitant tegen deze uitspraak werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak niet-ontvankelijk was wegens te late indiening en bevestigde het oordeel dat het levensgedrag van de exploitant zodanig was dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van de coffeeshop gevaar liepen.
De Afdeling overwoog dat de burgemeester terecht ook oudere feiten mocht betrekken bij de beoordeling van het levensgedrag, dat het criterium 'slecht levensgedrag' niet beperkt is tot feiten gerelateerd aan de exploitatie, en dat de belangenafweging waarbij het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van de exploitant juist was. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning wegens slecht levensgedrag en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk dan wel ongegrond.