Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.4. Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende exploiteert een autobedrijf en parkeerde een auto uit de bedrijfsvoorraad zonder handelaarskenteken op de openbare weg. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op wegens het ontbreken van het vereiste kenteken en het niet voldoen van de belasting.
Belanghebbende voerde aan dat de auto slechts kort geparkeerd stond en dat het plaatsen van het handelaarskenteken meer tijd kostte dan het parkeren buiten het bedrijfsterrein. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet afdoen aan de verplichting het handelaarskenteken te voeren en dat belanghebbende wist of had moeten weten dat hij in strijd met de regels handelde.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd conform de wettelijke bepalingen en dat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld, waardoor de verzuimboete passend en geboden is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier E.C.A. de Kort op 30 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard.