Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 5 november 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
[huurder1] ”getekend op 1 februari 2008, met ingangsdatum 1 februari 2008 en einddatum 25 februari 2012, relevant is en dat de huurovereenkomst met
“ [huurder2] ”getekend op 15 december (jaar vermoedelijk 2007), met ingangsdatum 15 december 2007 en einddatum 1 februari 2012 relevant is.
[huurder1]heeft het college overwogen dat er een tweede huurovereenkomst uit 2012 met
[huurder1]in het dossier zit, maar dat de handtekeningen van beide huurovereenkomsten niet overeenkomen. Tevens is niet gebleken dat
[huurder1]op dat moment stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres [adres1] . Inschrijving in de BRP vormt volgens het college een sterke indicatie of de betreffende persoon een van de bijgebouwen huurt.
[betrokkene1] ”– die de huurovereenkomst met
[huurder1]zou moeten bevestigen - heeft het college overwogen dat de handtekening onder de verklaring afwijkt van zowel de handtekening van
[huurder1]onder de huurovereenkomst uit 2007 als van de handtekening van
[huurder1]onder de huurovereenkomst uit 2012. Bovendien wijkt de voornaam af en is het BSN nummer (dat een cijfer teveel bevat) niet te herleiden naar de persoon
.
[huurder2]en
[huurder1]. Hierdoor ontstaat er twijfel over de echtheid van de huurovereenkomst, hetgeen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de overige huurovereenkomsten. Het college overweegt tot slot dat ook
[huurder2]niet stond ingeschreven in de BRP op het adres [adres1] in de periode dat de huurovereenkomst is overeengekomen.
[betrokkene1]en een verklaring van
[betrokkene2] .Met het college overweegt de rechtbank dat de verklaringen van
[betrokkene2]en van
[huurder1]niet kunnen bijdragen aan de onderbouwing van de stelling dat de bijgebouwen al werden bewoond voor de peildatum. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
[betrokkene2]wetenschap kan hebben van bewoning voorafgaand aan de peildatum in de bijgebouwen is onduidelijk gebleven. Ook ter zitting heeft eiser geen nadere toelichting kunnen geven.
[huurder1]is onduidelijk gebleven waarom de voornaam afwijkt van degene die de huurovereenkomst heeft getekend, waarom ook de handtekening onder de verklaring afwijkt van de handtekeningen onder beide huurovereenkomsten en waarom het BSN nummer niet klopt of in ieder geval niet te relateren is aan een persoon met de achternaam
.Ter zitting heeft eiser nog toegelicht dat deze personen vaak geen handtekening hebben die zij standaard gebruiken. Dit valt echter niet te rijmen met de verklaring van
[huurder1]zelf, omdat uit die verklaring blijkt dat het verschil tussen de handtekeningen onder de huurovereenkomst het gevolg zijn van een ongeval. Daaruit leidt de rechtbank af dat
[huurder1]wel over een standaard handtekening beschikt.
[betrokkene3] .Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.
[betrokkene3]in zijn verklaring lijkt te doelen op de bovenverdieping van het pand aan de [adres1] , die sinds 30 maart 2016 het huisnummer [nummer] heeft. Hiermee is echter niks gezegd over bewoning van de bijgebouwen. Ook biedt deze verklaring geen onderbouwing voor de stelling dat de bijgebouwen ten tijde van de peildatum daadwerkelijk werden bewoond. De verklaring is (te) algemeen en bevat geen gegevens die mogelijk zouden kunnen worden geverifieerd, zoals de namen van huurders en de perioden waarin deze in de bijgebouwen hebben gewoond.
[betrokkene3]heeft bedoeld te verklaren over de bovenverdieping met nummer [nummer] . Ter zitting heeft eiser toegelicht dat
[betrokkene3]hiermee de bovenverdieping bedoelt van het gehele complex gelegen aan de [adres1] . De rechtbank stelt vast dat niet alleen de hoofdwoning, maar ook de bijgebouwen, bovenwoningen betreffen.
[betrokkene3]met zijn stichting een magazijn huurde dat direct grensde aan de bijgebouwen. Tevens is gebleken dat er vanuit het perceel gelegen aan de [adres1] toegang was tot dat magazijn. Uit de verklaring blijkt bovendien dat de bijgebouwen grenzen aan de boven-doorgang naar het magazijn.
[betrokkene3]een begin gemaakt met het aannemelijk maken van zijn stelling dat de bijgebouwen al voor de peildatum werden bewoond. De verklaring is echter te algemeen van aard om aan te kunnen nemen dat de bijgebouwen al voor de peildatum daadwerkelijk werden bewoond.