De inspecteur legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag omzetbelasting, een verzuimboete en rente op wegens het niet aangeven van omzetbelasting over een factuur voor bemiddelingsdiensten bij de verkoop van aandelen in een Zwitserse onderneming.
Belanghebbende voerde aan dat de verleende diensten vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel i, ten tweede, van de Wet OB en artikel 135, eerste lid, onderdeel f, van de Btw-richtlijn, omdat het ging om bemiddeling bij aandelenverkoop zonder eigen belang bij de inhoud van de overeenkomst.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende tegen vergoeding geschikte potentiële kopers zocht en contact legde met deze kopers met als enig doel het sluiten van een verkoopovereenkomst tussen de cliënt en een koper, zonder eigen belang. Ook het ontbreken van direct contact met de uiteindelijke koper en het gezamenlijk optreden met een tweede bemiddelaar deed hieraan niet af.
Op grond hiervan kwalificeerden de diensten als vrijgestelde bemiddeling inzake aandelen, waardoor de naheffingsaanslag, boete en rente werden vernietigd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.