ECLI:NL:RBZWB:2018:7306
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verzoek tot geheimhouding van privacygevoelige stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de inspecteur van de Belastingdienst een verzoek ingediend tot geheimhouding van bepaalde privacygevoelige stukken die betrekking hebben op transacties met aandelen tussen betrokken partijen. De inspecteur heeft de ongeschoonde versies van deze stukken in een gesloten envelop aan de geheimhoudingskamer overgelegd, terwijl belanghebbende slechts geschoonde versies ontving.
De rechtbank stelt vast dat het privacybelang van derden, waaronder een vennootschap, een gewichtige reden vormt om delen van de stukken niet aan belanghebbende en de rechter te verstrekken. Belanghebbende heeft geen reactie gegeven op het verzoek tot geheimhouding en heeft niet gesteld dat haar verdedigingsbelang daardoor wordt geschaad.
De rechtbank benadrukt dat geheimhouding slechts kan worden toegewezen indien het privacybelang aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang van onbeperkte kennisneming. Dit is in deze zaak het geval. Tevens wordt opgemerkt dat de inspecteur de motivering van het verzoek niet alleen in de gesloten envelop had moeten doen, zodat belanghebbende hiervan kennis kan nemen.
De beslissing wordt genomen door rechter M.R.T. Pauwels en uitgesproken in aanwezigheid van griffier M.C.W. Hermus. Tegen deze beslissing kan alleen samen met het hoger beroep tegen de hoofdzaak beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het verzoek van de inspecteur tot geheimhouding van delen van stukken wordt toegewezen vanwege het zwaardere privacybelang van derden.