Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
f329.000,00.
f329.000,-- De verkoopopbrengst zal worden aangewend ter delging van de op de woning rustende hypotheek, thans ongeveer
f131.000,-- en de op de verkoop betrekking hebbende kosten, waaronder makelaarskosten en eventuele kosten notaris. Het resterende bedrag wordt toegescheiden aan de vrouw.
f138.028,17
f329.000,00 is onder andere aangewend om een bedrag van
f184.481,50 te betalen aan de Rabobank Altena-Biesbosch, bestaande uit een bedrag van
f184.405,93 conform de aflossingsnota van de bank van 15 december 1999 en
f75,57 valutarente. In de aflossingsnota is een bedrag van
f46.020,97 opgenomen ter zake een schuld van [bedrijfsnaam] (de eenmanszaak van [naam A] ).
f138.028,17 uitbetaald conform de specificatie op de voor akkoord getekende nota van afrekening.
f92.024,57 (omgerekend € 41.758,92). De schade bestaat uit het bedrag van
f46.003,60 dat ten onrechte is uitgekeerd aan [naam A] in plaats van aan [eiseres] , alsmede uit het bedrag van
f46.020,97 (de schuld van [bedrijfsnaam] ) dat door de wijze van uitbetaling ten onrechte ten laste van [eiseres] is gekomen.
te allen tijderecht heeft op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening. Daaruit volgt dat een vordering die gebaseerd is op die bepaling, niet verjaart (HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139, r.o. 3.4.2.). Evenmin is op die vordering artikel 6:89 BW Pro van toepassing, omdat het niet een aansprakelijkheid betreft op grond van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst, maar een aansprakelijkheid die rechtstreeks voortvloeit uit de wet (Rechtbank Oost-Brabant 16 juli 2008, ECLI:NL:RBOBR:2008:3488). De rechtbank komt daarom wel toe aan een inhoudelijke beoordeling van de subsidiaire vordering: de vordering tot vernietiging van de nota van afrekening op grond van artikel 25 lid 6 jo Pro lid 4 en lid 10 Wna.