ECLI:NL:RBZWB:2019:1080
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand woonkostentoeslag wegens onvoldoende inspanningen voor goedkopere woonruimte
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om haar aanvraag voor bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag af te wijzen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gehouden op 30 augustus 2018 en 11 februari 2019.
De kern van het geschil is of eiseres voldoende inspanningen heeft verricht om een goedkopere woonruimte te vinden. Hoewel eiseres stelt dat zij sinds 2007/2008 ingeschreven staat voor een aangepaste seniorenwoning en vanwege haar financiële situatie niet in staat is om te verhuizen, heeft zij geen objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij daadwerkelijk op woningen heeft gereageerd. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich actief als woningzoekende heeft ingeschreven.
Verder is vastgesteld dat eiseres al sinds begin 2014 in haar huidige woning woont en niet in staat was om zelfstandig de woonlasten te betalen. Ondanks een onderhands bod hoger dan de hypotheekschuld en betalingen aan de curator, zijn er geen wezenlijke veranderingen in haar situatie die rechtvaardigen dat zij aanspraak maakt op woonkostentoeslag. Het college heeft terecht gewezen op de mogelijkheid van huurtoeslag bij verhuizing naar een huurwoning, waardoor bijzondere bijstand niet langer noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat eiseres geen aantoonbare inspanningen heeft geleverd om goedkopere woonruimte te vinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres geen aantoonbare inspanningen heeft verricht om goedkopere woonruimte te vinden.