ECLI:NL:CRVB:2021:1104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing woonkostentoeslag wegens onvoldoende inspanningen tot verhuizing en niet-passende aanvraag
Appellante, die sinds 2012 bijstand ontvangt en eigenaar is van een woning met hoge hypotheeklasten, heeft meerdere aanvragen gedaan voor bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag. Deze toeslag is bedoeld als tijdelijke ondersteuning na een inkomensterugval, gekoppeld aan een verhuisplicht om woonlasten te verlagen.
Het college wees de aanvragen af omdat appellante onvoldoende aantoonde dat zij actief op zoek was naar een goedkopere woning. Appellante stelde dat verhuizen geen passende oplossing is vanwege haar zorg voor een autistische pleegzoon en haar eigen medische beperkingen, waardoor een aangepaste woning noodzakelijk is. Ook voerde zij aan dat in haar woonplaats geen goedkopere geschikte woningen beschikbaar zijn.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat appellante geen objectief bewijs leverde van haar inschrijving als woningzoekende of concrete pogingen tot verhuizing. Bovendien is de woonkostentoeslag niet bedoeld voor langdurige ondersteuning, maar voor een tijdelijke overgangsfase. De mogelijkheid van huurtoeslag maakt een verhuizing financieel haalbaar. De Raad bevestigt daarom de afwijzing van de toeslag en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag woonkostentoeslag wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt actief op zoek te zijn naar een goedkopere woning en de toeslag niet voor langdurige ondersteuning bedoeld is.