Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende ontving een rekening motorrijtuigenbelasting (MRB) die niet betaald werd, waarna bezwaar werd aangetekend. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat een rekening MRB geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze uitspraak.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de motorrijtuigenbelasting op aangifte moet worden voldaan en dat de rekening slechts een herinnering is. Er is dus geen bezwaarrecht tegen de rekening zelf. Rechtsbescherming is gewaarborgd via bezwaar tegen betaling op aangifte of tegen naheffingsaanslagen.
Belanghebbendes beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt omdat dit artikel niet van toepassing is op belastinggeschillen. Ook het beroep op strijdigheid met de Grondwet faalt vanwege het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de rekening motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard.