Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 10 januari 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser](eiser), te [woonplaats eisers], samen te noemen: eisers,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de terugvordering van bijstandsuitkeringen door Baanbrekers over verschillende perioden. De rechtbank stelt vast dat eisers de inlichtingenplicht hebben geschonden door niet te melden dat eiser betrokken was bij strafbare feiten, waardoor de bijstand ten onrechte werd verstrekt.
De rechtbank gaat uit van de juistheid van eerdere intrekkingen en herzieningen van de uitkeringen en oordeelt dat de terugvordering terecht is. Er zijn geen dringende redenen aangetoond die terugvordering onaanvaardbaar maken, zoals uitzonderlijke financiële of sociale gevolgen.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiseres niet als zelfstandig subject van bijstand kan worden beschouwd in de periode waarin zij een bijstandsuitkering ontving vanwege de detentie van eiser. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.