Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hij genoot in dat jaar een uitkering op basis van de Algemene ouderdomswet (hierna: AOW) en een pensioenuitkering uit Nederland en was in Nederland buitenlands belastingplichtig.
3.Geschil
4.Gronden
Belanghebbende meent dat die fiscaal ongelijke behandeling in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: IVBPR) en artikel 14 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (Hierna: EVRM); en dat
(Kamerstukken II, 2013/2014, 33 752, nr. 11, blz. 74-75)
5.Beslissing
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: