Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's–Hertogenboschvan 17 april 2015, nr. 14/01064, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland–West–Brabant (nr. AWB 14/3571) betreffende het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan motorrijtuigenbelasting over het jaar 2014. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
– overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen – gebruik gemaakt van de overgangsregeling door voor de auto het hiervoor in 2.1.5 vermelde bedrag van € 120 aan motorrijtuigenbelasting op aangifte te voldoen. Belanghebbende heeft daarna tegen deze voldoening bezwaar gemaakt. In het bezwaarschrift heeft hij de Inspecteur verzocht in te stemmen met het rechtstreeks tegen de voldoening instellen van beroep bij de rechtbank (hierna: het verzoek om prorogatie). De Inspecteur heeft het verzoek om prorogatie alsmede het bezwaar afgewezen. Hij heeft belanghebbende niet daaraan voorafgaand in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.