Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was houder van een bestelauto die bij controle niet voldeed aan de inrichtingseisen, waardoor een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete werden opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de auto niet aan de wettelijke eisen voldeed en belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de inrichting wel correct was gedurende de gehele periode.
De verzuimboete is opgelegd conform de wettelijke bepalingen, waarbij de motorrijtuigenbelasting een aangiftebelasting is en de houder verantwoordelijk is voor correcte aangifte. Belanghebbende voerde afwezigheid van alle schuld (avas) aan omdat de auto verhuurd was, maar kon niet aannemelijk maken dat hij de vereiste zorg had betracht.
De rechtbank matigt de boete met 20% tot € 956 vanwege het bewijsvermoeden in de berekening van de belastinggrondslag, zoals bevestigd door de Hoge Raad. Het beroep tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de boete gegrond, en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd en de verzuimboete gematigd tot € 956.