ECLI:NL:RBZWB:2019:2460
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens erfdeel met vruchtgebruik niet onterecht
Eiseres ontving vanaf 15 juli 2016 een bijstandsuitkering en kreeg in maart 2018 een bedrag uit de erfenis van haar in 2005 overleden vader. Zij betwistte de terugvordering van €10.267,62 door Orionis, omdat zij meende dat haar aanspraak op het erfdeel pas ontstond bij het einde van het vruchtgebruik van haar moeder en niet bij het overlijden van haar vader.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat de aanspraak op een erfdeel ontstaat op het moment van overlijden van de erflater, ongeacht het bestaan van een vruchtgebruik. Hierdoor kon Orionis het vermogen van eiseres per datum van bijstandtoekenning opnieuw vaststellen en het bedrag terugvorderen.
Eiseres voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, omdat zij zou zijn geïnformeerd over beëindiging van de bijstand bij ontvangst van de erfenis. De rechtbank achtte dit beroep onvoldoende onderbouwd vanwege onduidelijkheid over de inhoud en bevoegdheid van de toezeggingen.
Er waren geen dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van bijstandskosten.