Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is in 2002 vanuit Nederland naar Duitsland verhuisd en heeft zijn verhuizing binnen Duitsland wel aan de Duitse gemeente doorgegeven, maar niet aan een Nederlandse gemeente of de Belastingdienst. De inspecteur heeft over de jaren 2007 tot en met 2011 diverse aanslagen IB/PVV en ZVW opgelegd en correspondentie verzonden naar het oude Nederlandse adres van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat de aanslagen niet correct bekend waren gemaakt omdat deze niet op het juiste adres waren ontvangen, waardoor de bezwaartermijn niet was gaan lopen. De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn wel is gaan lopen bij verzending naar het oude adres, omdat de onjuiste adressering aan belanghebbende zelf te wijten is. Het enkel doorgeven van het nieuwe adres aan een Duitse gemeente is onvoldoende.
De inspecteur gebruikte het systeem Beheer van Relatie (BvR) waarin het nieuwe adres pas in 2013 werd opgenomen. De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn nieuwe adres tijdig aan een Nederlandse gemeente of de Belastingdienst heeft doorgegeven. Daarom zijn de bezwaren tegen de aanslagen terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de verzoeken om ambtshalve vermindering over de jaren 2007 tot en met 2009 is vastgesteld dat bezwaar en beroep niet openstaan, waardoor deze verzoeken terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Voor de jaren 2010 en 2011 zijn de verzoeken te laat ingediend en daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond omdat belanghebbende zijn adreswijziging niet tijdig aan de Belastingdienst heeft doorgegeven.