ECLI:NL:RBZWB:2019:2574
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken nieuwe aanvraag kampeerontheffing
Eiseres vorderde een vergunning voor het exploiteren van 10 extra plaatsen op haar minicamping en stelde dat het college van burgemeester en wethouders (B&W) in gebreke was gebleven met het nemen van een besluit. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen nieuwe aanvraag had ingediend en dat de eerdere aanvraag uit 2010 al was beslist en herzien in latere besluiten.
De rechtbank benadrukte dat voor een beroep wegens niet tijdig beslissen een nieuwe aanvraag vereist is, waarop het bestuursorgaan binnen een bepaalde termijn moet beslissen. Omdat eiseres geen nieuwe aanvraag had ingediend, was er geen bevoegdheid of verplichting voor het college om binnen een termijn te beslissen. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank verwees naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld over andere minicampings, maar stelde dat die uitspraak niet van toepassing was op de aanvraag van eiseres. Er was geen sprake van herleving van de aanvraag omdat geen eerdere besluiten waren vernietigd of ingetrokken.
De rechtbank wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een nieuwe aanvraag.