Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende woonde aan het begin van het jaar bij zijn ouders en was via hen aangeslagen voor afvalstoffenheffing. Na verhuizing binnen dezelfde gemeente kreeg hij zelf een aanslag opgelegd, berekend over de resterende maanden van het jaar.
Belanghebbende stelde dat deze aanslag onterecht was omdat hij al belastingplichtig was voor de afvalstoffenheffing via zijn vader en dat de Verordening anders uitgelegd moest worden. De rechtbank oordeelde dat de Verordening duidelijk voorschrijft dat bij verhuizing binnen de gemeente het tweede lid van artikel 8 van Pro toepassing is, waardoor tijdsevenredige heffing voor de nieuwe woning terecht is.
De rechtbank motiveerde dat het vierde lid van artikel 8 alleen Pro geldt als zowel het tweede als het derde lid van toepassing zouden zijn, wat hier niet het geval was omdat geen aanslag op het oude adres aan belanghebbende zelf was opgelegd. Daarom is de aanslag terecht opgelegd en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing is ongegrond verklaard en de aanslag is bevestigd.