Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een gemeubileerde vakantiewoning die zij via een bemiddelingsbureau verhuurt. Hoewel in de schriftelijke overeenkomst staat dat de woning volledig beschikbaar is voor verhuur, heeft belanghebbende zelf ook gebruik gemaakt van de woning gedurende 44 dagen in 2017. De feitelijke verhuur aan derden bedroeg minder dan 275 dagen.
De rechtbank oordeelt dat de tekst van de overeenkomst niet overeenkomt met de werkelijke situatie, aangezien belanghebbende de woning mede voor eigen gebruik beschikbaar hield. Volgens vaste rechtspraak geldt dat indien een woning niet exclusief aan derden wordt verhuurd en de eigenaar deze voor meer dan 90 dagen beschikbaar houdt, het belastbaar feit van forensenbelasting zich voordoet.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalt omdat er onvoldoende concrete onderbouwing is en geen sprake is van gelijke gevallen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag forensenbelasting over 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.