Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2011 en de daarbij opgelegde verzuimboeten en heffingsrente. De inspecteur handhaafde de aanslagen en boetes deels, waarna belanghebbende beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de aanslag en boetes ontvankelijk is, ondanks dat het na de termijn werd ingediend, omdat de overschrijding redelijkerwijs niet aan belanghebbende kan worden toegerekend vanwege het ontbreken van een formele uitspraak op bezwaar en rechtsmiddelverwijzing.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende de omzetbelasting niet tijdig heeft voldaan, hetgeen een verzuim oplevert waarop een boete van 10% passend is. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van afwezigheid van alle schuld. Daarnaast is de heffingsrente terecht berekend volgens de wettelijke regels, ook al stelt belanghebbende dat de belastingdienst hierdoor niets tekortkomt.
De rechtbank constateert dat de redelijke termijn van 24 maanden voor bezwaar en beroep is overschreden met ten minste één maand, wat aanleiding geeft tot ambtshalve matiging van de boetes met 5%. De boetes worden dienovereenkomstig verminderd. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.