ECLI:NL:RBZWB:2019:3281
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- V.E.H.G. Visser
- T. Peters
- M.Z.B. Sterk
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning en handhaving huisvesting arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan
Eiser had een omgevingsvergunning aangevraagd voor de kamergewijze verhuur aan 15 arbeidsmigranten, welke aanvankelijk werd verleend. Na bezwaren van omwonenden herroept het college de vergunning op grond van strijd met het bestemmingsplan en de Beleidsregels 2018, die maximaal huisvesting van 5 personen toestaan.
Eiser voerde aan dat geen vergunning nodig was, dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door eerdere toezeggingen en dat de beleidsregels niet rechtsgeldig waren vanwege het ontbreken van overgangsbepalingen. Ook stelde hij dat het college niet bevoegd was tot handhaving en dat de begunstigingstermijn onredelijk kort was.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van het pand voor 15 arbeidsmigranten niet als huisvesting van een huishouden kan worden aangemerkt en daarmee in strijd is met het bestemmingsplan. De beleidsregels 2018 zijn verbindend en het college heeft de vergunning terecht geweigerd. Er is geen sprake van een concrete, ondubbelzinnige toezegging die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen.
Handhaving is gerechtvaardigd omdat sprake is van overtreding en geen zicht is op legalisatie. De begunstigingstermijn is niet onredelijk kort. De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de herroeping van de omgevingsvergunning en de last onder dwangsom worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.