In deze civiele zaak is opposant in verzet gekomen tegen een verstekvonnis van 16 september 2009, waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan geopposeerde. Opposant stelde dat het vonnis niet persoonlijk was betekend en dat de verzettermijn daardoor niet was gaan lopen. De kantonrechter oordeelde dat het achterlaten van het vonnis in een gesloten envelop niet voldoet aan de vereiste persoonlijke betekening en dat de vermeende daad van bekendheid door opposant onvoldoende is onderbouwd.
Daarnaast betwistte opposant de rechtsgeldigheid van de cessie van de vordering aan geopposeerde, maar de kantonrechter stelde vast dat aan de wettelijke eisen van cessie was voldaan. Opposant voerde ook aan dat hij geen partij was bij de kredietovereenkomst en ontkende de handtekening op het contract. Geopposeerde werd opgedragen bewijs te leveren van de echtheid van de handtekening, waarbij de mogelijkheid van een handtekeningenonderzoek werd genoemd.
De zaak is aangehouden voor verdere bewijslevering en een rolzitting is gepland om de wijze van bewijslevering te bespreken. De kantonrechter wees het verzet niet af wegens termijnoverschrijding en stelde vast dat verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd.